Hele dagen buiten zijn als opstap naar een baan

Een jaar lang ervaring opdoen in het ‘groen’, vakgerichte cursussen volgen en dan doorstromen naar regulier werk. Dat is de inzet van een speciaal opgezet leerwerktraject voor negen kandidaten bij afvalinzamelaar ROVA in Zwolle. Drie (ex-)Wajongers vanuit UWV en zes jongeren uit het bestand van de gemeente Zwolle begonnen in februari op hun werkervaringsplaats, ontstaan vanuit een samenwerking van gemeente, UWV, ROVA, AOC De Groene Welle en jobcoachingsbureau CAVOI. In de komende maanden wordt geprobeerd om de deelnemers buiten ROVA op een reguliere werkplek te krijgen. Hoe liggen hun kansen? En hoe werken de partijen samen?

Hele dagen buiten kunnen zijn, daar ging het Jeroen Pol (18) vooral om. Voordat hij bij ROVA begon volgde Jeroen de groenopleiding van De Ambelt, op MBO-1 niveau. “Verder had ik niet echt een idee wat voor werkzaamheden dit zouden zijn. Maar je leert er snel vaardigheden bij en een beetje intensief werk mag ik graag doen.” Vanmiddag worden er wilgen ‘gelot’ in Berkum, maar normaal werkt Jeroen vooral in de wijk Dieze. “Snoeien, wieden, kantjes maaien, soms ergens een laaghangende tak weghalen.”
“Mijn groep werkt alleen in deze wijk”, legt voorman Sjon Jansen uit, “voor wat vastigheid en structuur in het werk. Maar doordat ze af en toe elders moeten bijspringen leren ze ook dat niet altijd alles volgens planning gaat.” Voor Jelle Walda (18) werkt die vastigheid goed; hij leert de wijk graag goed kennen. En hij is positief over zijn traject tot nu toe: “Dingen die je nu leert neem je mee als je doorstroomt naar een andere werkkring. Wat ik eerst lastig vond, daar loop ik nu zo doorheen. Als een werkgever mijn certificaten ziet en wat ik heb bijgeleerd kan ik daar misschien een vaste baan vinden.”

Het complete plaatje
Vier dagen per week werken de jongens. Op woensdag krijgen ze scholing die op maat door De Groene Welle wordt aangeboden: op locatie bij ROVA zelf, met een vaste docent en in aanwezigheid van hun jobcoach. “Onze coach is er meestal bij om eventueel in te grijpen op gedrag”, vertelt Menno Brienesse van CAVOI. “Hij bekijkt ook de thuissituatie om het hele plaatje compleet te maken. Eén zwakke schakel in hun omgeving en ze liggen er uit. ROVA wil daar niet mee bezig te zijn en dat snap ik. Wanneer iemand dreigt uit te vallen springen wij ertussen, om met nieuwe afspraken een extra kans te creëren.”
Het samenwerkingstraject kende een voorloper in het voorafgaande jaar, met iets minder kandidaten maar juist een grotere uitval. “We mochten toen alleen kandidaten aannemen die geen enkel diploma hadden”, vertelt Arie Doldersum, teammanager Groen bij ROVA. “Dan krijg je mensen uit verschillende sectoren. Er zaten jongens bij die terug zijn gegaan naar hun oude doel, in de metaal of bij een koeriersbedrijf.” Daaruit is lering getrokken: dit jaar is uitgebreid geselecteerd op motivatie, kans van slagen en interesse in het type werk. “We werken nu niet aan een diploma maar aan certificaten, waarmee ze extern iets kunnen. Algemene kennis krikken we liever op dan specifieke kennis. Die komt nog wel; ze zijn nog jong.”

Doorstroming
Deelnemers krijgen in eerste instantie een werkervaringsplaats van een half jaar. Voor het tweede deel van het traject gaat ROVA met hen een uitzendcontract van een half jaar aan, waarbij opleiding en coaching doorgaan maar de focus op doorstroming buiten ROVA komt te liggen. Te denken valt aan werkgevers als Rijkswaterstaat, bedrijven in groenonderhoud en hoveniers. Geen gemakkelijke opgave, in een sector die vooral op seizoenswerk draait. De markt is lastig, erkent Doldersum. “Alles gaat op basis van uren; zo doen wij dat ook met uitzendkrachten. Terwijl een vast contract deze jongens juist zou motiveren.” Jelle Walda onderschrijft dat: “Ik kan me voorstellen dat je anders weer gewend raakt aan je oude ritme. Als er direct werk is krijg je de kans niet om terug te vallen. Je kan beter hier rondlopen dan thuiszitten.”
Maar jobcoach Menno Brienesse ziet zeker kansen. “We hadden een paar uitvallers, vooral door persoonlijke omstandigheden. De rest is allemaal groeiend, zij het met een bepaalde loonwaarde. Maar ik voorzie voor iedereen een kans op doorplaatsing, anders waren ze allang uitgevallen.” Die loonwaardebepaling is door ROVA, samen met UWV en gemeente, al vastgesteld. “Jongens die net wat zwakker zijn komen nu makkelijker aan de bak omdat hun salaris weinig zal veranderen bij een externe werkgever”, aldus Doldersum. “Vorig jaar gingen die jongens ineens flink terug in salaris. Dan vallen ze snel terug in hun oude ritme.”

Kennis van de doelgroep
Voor de gemeente Zwolle is het nog een beetje ‘aftasten’, dit traject. Onder medewerkers is nauwelijks ervaring met de doelgroep. Op zoek naar projecten om die ervaring op te doen werd besloten om de pilot, die eerder door UWV was opgezet, samen in verbeterde vorm voort te zetten. Aan kennis van de doelgroep wordt gewerkt, legt beleidsadviseur Jan Demmer uit. Zwolle huurt een jaar lang een externe jobcoach en een arbeidsdeskundige van UWV in, om intern mensen op te leiden. Demmers intentie is om minder afhankelijk te zijn van commerciële coachingbureaus, hoewel die markt niet helemaal gesloten wordt.
CAVOI, dat eerder intensief met UWV werkte, moet wel wennen aan die nieuwe situatie. “Eerder besprak ik alle zaken met arbeidsdeskundigen”, aldus Brienesse. “Er was één loket, waar met een deskundige blik werd meegekeken. Nu overleg ik met afzonderlijke gemeenten, waar mensen absoluut hun best doen maar nog niet voldoende op de hoogte zijn. Wat bij UWV is opgezet begint bij de gemeenten opnieuw en ze gaan het allemaal op eigen houtje weer proberen. Het stigma van de Wajong is er af, maar onder de Participatiewet weet niemand: onder welke groep valt deze cliënt nou?”

Spin-off
Ook De Groene Welle gebruikt dit traject om een nieuwe rol binnen veranderde regelgeving te onderzoeken. “Vanuit het verleden hebben wij een warme band met deze doelgroep”, zegt Bert Muskee, teamleider Groen-opleidingen, “maar het wordt de laatste jaren steeds lastiger. Omdat er geen nieuwe instroom is in de sociale werkvoorziening, droogt de scholing op. Dat wil echter niet zeggen dat de doelgroep niet meer bestaat. Een traject als dit, met meerdere partijen, biedt nieuwe kansen. De kracht zou kunnen zijn dat projecten als dit een spin-off krijgen.”

Gepubliceerd op 20-10-2016