‘Je moet er affiniteit mee hebben, anders werkt het niet’

Schoonmaakbedrijf Novon in Zwolle is eigenlijk altijd ‘inclusief’ geweest. Meedoen naar vermogen zit als het ware in het dna. Ze werken veel met Wajongers. Wat komt er bij kijken als je een Wajonger in dienst wilt nemen? Maja Borns, verzuimcoördinator en re-integratiebegeleider bij Novon, kan er alles over vertellen.

Onlangs stond Novon op een speciale banenmarkt voor Wajongers, georganiseerd door UWV. En met een goede reden. Het schoonmaakwerk is geschikt voor Wajongers. Maar die match is niet altijd vanzelfsprekend. Borns: “Soms weten mensen ook niet goed wat schoonmaken inhoudt. Maar als ze eenmaal ervaring opdoen denken ze: “Hé, dit kan ik wel aan.” En ”O, collega’s … leuk.” Dat bedenken ze in eerste instantie niet altijd bij schoonmaken. Dat is voor hen geen werken. Nee, schoonmaken doe je thuis. Ze zien dat niet direct als een vak.”

Door de samenwerking met het praktijkonderwijs kan Novon jongeren al op school met schoonmaakwerk laten kennismaken. Novon maakt schoon op de praktijkschool en dat zorgt meteen voor stageplekken. Als blijkt dat een leerling affiniteit heeft met schoonmaken kan die eventueel ook buiten de school bij Novon stage lopen en zo verder werkervaring opdoen. Bovendien komen leerlingen die van praktijkscholen af komen in het doelgroepregister. Zo komen ze ook via het UWV weer in beeld.

Eenmaal aan het werk is er begeleiding nodig. In de meeste gevallen doen externe jobcoaches dat. “Met een interne jobcoach hebben onze mensen soms toch wat moeite. In hun ogen ben ik toch werkgever en dan is het moeilijk om de link te maken naar privé. Dat snap ik ook wel, maar dat is wel nodig, want als het privé niet goed gaat, is de kans dat het op het werk niet goed gaat ook aanwezig en andersom.” Bij coaching van het werkgedeelte is ze wel nauw betrokken. Het liefst zou ze een coach hebben die het privéleven voor zijn rekening neemt. Zelf zou ze dan de jobcoach op de werkvloer kunnen zijn.

Kartrekker nodig
Om als werkgever echt werk te maken van inclusiviteit of sociaal ondernemen heb je iemand nodig die binnen het bedrijf de kar kan en wil trekken. Zo’n kartrekker hoeft niet per se iemand van de HR-afdeling te zijn. Het kan volgens Borns ook een leidinggevende op de werkvloer zijn die kijkt welke werkzaamheden geschikt kunnen zijn voor iemand met wat meer afstand tot de arbeidsmarkt. “Je moet er affiniteit mee hebben, anders werkt het niet.” Het helpt als mensen dat doen vanuit eigen motivatie, bijvoorbeeld omdat ze in hun eigen omgeving iemand met een arbeidsbeperking kennen. “Dan zit echt het hart en de ziel erbij in, dat werkt altijd beter.”

De volgende stap voor werkgevers is wegwijs worden in de mogelijkheden en regelingen die de Participatiewet biedt. Daarbij kunnen volgens Borns bedrijven vaak best wat hulp gebruiken. “Ze willen weten waar ze aan toe zijn. Dan kun je kostenneutraal werken. Hoe je het wendt of keert, als je iemand met afstand tot de arbeidsmarkt in dienst neemt, is extra tijd en aandacht nodig, die kun je niet gewoon in het diepe gooien. Dan breek je iemand af en het hele werkproces wordt verstoord. Ik snap dat bedrijven dan huiverig zijn of worden.

Als je echt wilt dat werkgevers meegaan dan moet je deze kartrekkers helpen door ze te koppelen aan een accountmanager van UWV of gemeente en ze training geven. “Vertel ze welke wegen ze moeten bewandelen, wie hun contactpersonen zijn, hoe ze het kunnen doen.” Zelf helpt ze andere bedrijven in het netwerk ook wel eens. Dan kijkt ze met welke vragen ze zitten en zo nodig koppelt ze zo iemand aan een eigen contactpersoon bij UWV of gemeente.

Als we het met z’n allen makkelijker kunnen maken dan komt het wel goed, want aan de mentaliteit in de regio ligt het niet. “Het gevoel is er wel. Ik kom zelden iemand tegen die zegt: daar begin ik niet aan.” Iedereen die inclusief werkt moet eigenlijk ook ambassadeur zijn vindt Borns. Niet alleen in het zakelijke netwerk, maar ook privé. “Je hele organisatie wordt er toch wat menselijker door. Dat vind ik echt.”

Gepubliceerd op 23-02-2016