‘Kijk niet naar de beperking, maar naar het talent’

Sven van Brakel, adviseur werkgelegenheid en arbeidsbemiddeling bij DjopzZ, ziet volop kansen voor ‘onderkend talent’ bij het inrichten van de flexibele schil van bedrijven. Het is tijd om de hokjesgeest te laten varen en te kijken naar talenten van mensen. Iedereen heeft een gebruiksaanwijzing. Door open te zijn over iemands mogelijkheden kweek je begrip en oogsten zowel de werkgever als de werknemer de vruchten.

De inzet van DjopzZ voor een inclusieve arbeidsmarkt is niet iets van gisteren. Eric Krabbe, directeur van het ‘talentbureau voor flexibele arbeidsoplossingen’, zag in dat het ook anders kan en dat er een groep mensen langs de kant staat die echt goed in te zetten is. Naast uitzendkrachten die makkelijker inzetbaar zijn. Van Brakel: “Voor het inrichten van de flexibele schil van bedrijven komen zowel ‘reguliere’ arbeidskrachten als krachten met een afstand tot de arbeidsmarkt in aanmerking. Waar mogelijk zoeken wij een combinatie op.”
Als professionele uitzendorganisatie helpen ze in de eerste plaats een opdrachtgever aan geschikt personeel. Maar ze kijken ook verder. “Waarom zou je niet investeren in een vaste pool mensen voor een langere periode?” vraagt Van Brakel zich af. “Laat ze een tijdje hetzelfde werk doen, laat ze proeven aan het hele proces. Dan kan degene die nu bijvoorbeeld aan de lopende band staat deze straks misschien zelf aansturen. Op die manier heb je gekwalificeerd personeel klaar staan. En dat kun je ook heel goed doen met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.”

Uitdaging
Natuurlijk is de banenafspraak een uitdaging, maar daar houden ze bij DjopzZ wel van. “Als het allemaal van een leien dakje zou gaan dan hebben we heel lang zitten slapen.” zegt Van Brakel. Hij is dan ook positief. Volgens hem liggen er mooie kansen om slimmer gebruik te maken van het vele talent dat hij ziet. Een goede samenwerking met WerkgeversServicepunt Regio Zwolle , de gemeente Zwolle en een aantal bedrijven ‘met wie je echt kunt lezen en schrijven’ draagt daaraan in positieve zin bij. In die samenwerking is jaren geïnvesteerd en dat werpt nu zijn vruchten af.
Toch is Van Brakel ook kritisch. Het opgelegde karakter van de participatiewet vindt hij bijvoorbeeld een verkeerd signaal. Hij ziet het als taak van uitzendorganisaties om het bedrijfsleven te masseren en te laten zien dat het geen uitzondering moet zijn, maar een vanzelfsprekendheid dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt structureel onderdeel worden van een bedrijf. “We zien dit echt als waardevolle toevoeging aan een bedrijf. En dat is dan misschien iemand met een gebruiksaanwijzing, maar die hebben wij ook.”

Menselijk
Realistisch is Van Brakel ook. Hij weet dat bij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vaak meer aan de hand is. Dat betekent volgens hem in de eerste plaats dat er iets meer tijd, ruimte en uitleg nodig is. “Laat iemand weer van waarde zijn en zich nuttig voelen.”, zo luidt zijn pleidooi. “En als dat betekent dat deze medewerker misschien minder presteert dan een reguliere medewerker, dan zou je daar in je werkproces rekening mee kunnen houden.” Hoe? Door iemand ernaast te zetten die dit kan compenseren bijvoorbeeld. Van Brakel beseft dat dit makkelijker is gezegd dan gedaan, maar dat is volgens hem de investering die je doet in de menselijke kant van het werk.
Belangrijk is volgens Van Brakel transparant te zijn hierover naar werkgevers toe. “Ik vind dat je verplicht bent een werkgever volledig te informeren over wat er nodig is om iemand te laten functioneren. In sommige gevallen vraag je best wel wat van werkgevers en collega’s.” Door er open over te zijn creëer je volgens Van Brakel begrip en op die manier creëer je uiteindelijk resultaat. “Ik denk niet dat je moet kijken naar de beperkingen, maar naar het talent dat iemand heeft. Iemand met een bepaalde vorm van autisme kan sommige werkzaamheden echt veel beter en geconcentreerder uitvoeren dan veel anderen. Dan is het ineens geen beperking meer. We houden van hokjes en een stempel, maar dat moeten we nu echt eens gaan loslaten.”

Op de foto van links naar rechts: directeur Eric Krabbe, werkplaatsmedewerker Ton Raijmakers en Sven van Brakel.

Gepubliceerd op 11-02-2016