‘Maak het klein, breng het dichtbij’

Regiomanager UWV pleit voor persoonlijk contact tussen ondernemer en doelgroep

Zelf kreeg hij op jonge leeftijd het stempel arbeidsongeschikt. Maar hij nam daar geen genoegen mee, knokte zich stap voor stap terug en is daarmee misschien wel de ideale man voor zijn huidige functie: regiomanager UWV Gert-Jan Metz. Om de ambities van Werkbedrijf Regio Zwolle waar te maken luidt zijn credo: laat ondernemers direct kennis maken met werkzoekenden. “Iedereen heeft in eigen kring wel een ‘doelgroeper’ rondlopen. Het autistische zoontje van je broer, zou je die een kans geven? Natuurlijk. Dat verhaal snappen ze. Zo klein moet je het maken, zo dichtbij moet je het brengen.”

Een sprekend voorbeeld van dat directe contact vormt de WajongMeeting, die UWV half november organiseerde in het Zwolse Provinciehuis. Twintig hoogopgeleide Wajongers mochten zichzelf ‘pitchen’ voor een groep van meer dan twintig geïnteresseerde ondernemers. Vervolgens konden beide groepen in een speeddate nader kennismaken. “Uiteraard screen je die jongeren; niet iedereen is geschikt om zichzelf op een podium te gaan aanprijzen. Maar je ziet dat extraverte jongeren daar veel gemakkelijker mee omgaan dan onze generatie”, lacht Metz.

Koudwatervrees
Ondernemers reageerden enthousiast maar ook verbaasd, omdat ze hun beeld van die ‘zielige’ doelgroep rap moesten bijstellen. Het zegt iets over de koudwatervrees binnen bedrijven. Metz herinnert zich een werkbezoek aan een ondernemer, die zich hardop afvroeg of hij dat wel kon – ‘zulke’ mensen in dienst nemen. “Ik zei: hier in jouw productiehal zie ik zo al een paar mensen die eraan voldoen. Maar die hebben vroeger nooit dat stempel gekregen. Dat stempel heeft niet altijd de kansen van mensen verbetert. Daar moeten we met elkaar weer een beetje vanaf zien te komen.”

Meetlat
Speeddates met pitchende jongeren moet je niet wekelijks organiseren, maar Metz ziet voldoende andere ontwikkelingen die hem hoopvol stemmen. De multinational die, ruim vóór opening van een Zwolse vestiging, met UWV en andere partijen om tafel gaat om mogelijkheden af te stemmen. Het schoonmaakbedrijf, waar al jarenlang doelgroepers in- maar ook weer uitstromen. “Je hoeft ze niet voor eeuwig vast te houden”, legt Metz uit. “Geef ze een kans, laat ze zich ontwikkelen en zorg dat ze verder komen. Daar moeten we elkaar wat meer in vinden: dat degenen die klaar zijn bij het ene bedrijf verder kunnen bij een ander, zonder eerst weer langs de meetlat te worden gelegd.”

Totaalpakket
UWV zag in korte tijd zijn doelgroep verbreden, ging intensief samenwerken en wie gewend was als bemiddelaar op pad te zijn is nu accountmanager. Zoals die er ook zijn vanuit de gemeenten. In Metz’ ideale plaatje maakt het niet uit wie ergens komt – iedere accountmanager heeft een totaalpakket aan dienstverlening in zijn tas zitten en kan afspraken maken met ondernemers en werkzoekenden. Maar die afstemming kost nog veel tijd. “We zijn op de goede weg, maar met vallen en opstaan. In uitvoering weet men elkaar steeds beter te vinden; mensen in de regio snappen de problematiek en weten hoe je samen tot een oplossing komt. Maar vooral in de laag daarboven, waarbij ik ook in de spiegel moet kijken, spelen nog andere belangen. Dus je moet goed formuleren wat je samen gaat doen en dat doel vasthouden: zorgen dat mensen onder de pannen komen bij die ondernemers. Wie dat doet, is niet zo belangrijk.”

Calculeren
Inclusieve arbeidsmarkt. De term doet Gert-Jan Metz terugdenken aan zijn jeugd, tegenover het garagebedrijf waar twee mensen de hele dag liepen schoon te maken. Ook niet ideaal, maar wel twee volledige banen. “Je moet terug naar de situatie dat je ruimte schept in je organisatie om die mensen hun werk te laten doen. Misschien leveren ze niet honderd procent op, we calculeren altijd zo graag, maar we hebben ze een plek gegeven. Ze hebben geen uitkering nodig en ze leveren toch een bijdrage – linksom of rechtsom.”

Gepubliceerd op 07-12-2015