Pioniers in inclusief denken

Koudwatervrees en angst voor moeilijke regelgeving. Volgens Martin Hemmink (op de foto rechts) en Elbert-Jan Hesse zijn dat de grootste belemmeringen voor ondernemers om mee te doen aan de banenafspraak. Beide directeuren, van Hemmink BV en Novon in Zwolle, maken deel uit van De Pioniers, een provinciaal netwerk van zes voorlopers op gebied van sociale innovatie. Ze gaan collega-ondernemers warm maken voor vernieuwing op HR- en sociaal gebied. Hoe geven zij invulling aan die voortrekkersrol?

Zelf zijn ze nog wat onwennig met de titel ‘rolmodel’. Het bureau dat hen, in opdracht van Provincie Overijssel, vroeg om deel te nemen aan De Pioniers, belde eerst met een aantal vragen over sociale innovatie. “Wat een rare vragen”, dacht Elbert-Jan Hesse van schoonmaakbedrijf Novon. “Want dat doen we hier al lang. Kennelijk zijn we daarmee een voorbeeld voor andere bedrijven, maar het is gewoon onderdeel van ons DNA.”

Openstellen
Sociale innovatie is een breed begrip. Voor Hesse betekent het niet alleen actief bijdragen aan de ontwikkeling van je medewerkers “in een standaard die je voor jezelf ook aanhoudt”; het zit ‘m net zo goed in het type mensen waarnaar je op zoek gaat én waarvoor je je bedrijf openstelt. Hesse is in dat verband heel blij met de Prestatieladder Sociaal Ondernemen, “want ik ben heel teleurgesteld in onze omgeving die heel gemakkelijk iets roept, maar als het erop aan komt bepaalde mensen liever niet in hun gebouwen hebben.”
En hoe scoren hun beider bedrijven daarop zelf? Martin Hemmink heeft exacte cijfers niet paraat, maar bij Hemmink BV, importeur op gebied van elektrotechniek en industrie, werken tussen de vijf en tien mensen uit de doelgroep, op een totaal van rond de 70 werknemers. “En dan gaat het vooral om licht-administratieve en logistieke functies, op MBO-niveau. Maar we hebben ook een aantal HBO-functies, soms in de vorm van tijdelijke IT-projecten.”

Multitalent
Coaching doet Hemmink BV voor het grootste deel intern. Met twee toegewijde HR-medewerkers, maar ook met een magazijnmedewerker die een sociaal-pedagogische opleiding bleek te hebben. “Hij doet fantastisch werk in de begeleiding van onze ‘inclusieve’ mensen. Een multitalent, die deze rol zelf op zich neemt. Met andere woorden: het is dus heel slim om te kijken welke achtergrond of hobby’s je medewerkers hebben. Die kun je inzetten en ontwikkelen.”
Novon, met een veel ruimere bezetting, werkt met percentages: 3,6 procent van de medewerkers hadden afstand tot de arbeidsmarkt. Dat brengt het schoonmaakbedrijf op de hoogste derde trede van genoemde PSO-ladder. Mensen uit de doelgroep werken zowel in het operationele proces als op het bedrijfsbureau en op de afdeling P&O.

Rijnland
“Wij vinden het, vanuit een sociale verantwoordelijkheid, heel normaal dat iedereen meedoet”, zegt Martin Hemmink, “maar dat wordt nog niet heel breed gedragen. Ik denk heel simpel: stel dat mij bijvoorbeeld een ongeluk zou overkomen? Door je daarin te verplaatsen geef je impliciet het antwoord al.” Hemmink spreekt van het Rijnland-model: familiebedrijven waarin, naast winst, ook oog is voor de maatschappelijke omgeving. Daarmee vormt het een tegenhanger tegen het Angelsaksische denken, waarin zuiver de financiën centraal staan.
Maar veel andere bedrijven moeten hun koudwatervrees nog overwinnen, vermoeden beide pioniers. Onbekend maakt onbemind, terwijl complexe regelgeving afschrikt. Begrijpelijk, maar volkomen onterecht, vindt Hemmink: “Instanties ondersteunen dat prima, dus waar ben je bang voor?” Gewoon doen, luidt ook Hesse’s devies: “Je zal nog versteld staan wat je ervoor terugkrijgt. Maar je moet het wel écht willen. Als je er alleen financieel voordeel in ziet moet je er niet aan beginnen.”

Werkenderwijs
Het is het bekende mantra van bedrijven die mensen uit de doelgroep in dienst hebben. De vraag is natuurlijk hoe die boodschap kracht bij te zetten. In deze eerste maanden pionierschap is het werkenderwijs leren, volgens Hemmink. Er is contact met lokale en regionale media en er wordt geprobeerd om een podium te krijgen tijdens het Regiocongres in december, waar zo’n 700 ondernemers op af komen. Bovendien, vermoed Hesse, konden ze wel eens geholpen worden door toenemende krapte op arbeidsmarkt.
“Bedrijven hebben weinig keuze meer. Ze moeten een nieuwe doelgroep aanboren, en komen dan bij ons vragen hoe wij dat doen.” Of dat niet een negatieve motivatie is om te beginnen inclusief te denken? “Dat is misschien zo, maar het moet ergens beginnen”, vindt Hesse. “Dit is ook een drijfveer. En het zou prachtig zijn, mocht de economische situatie weer omslaan, dat die mensen aan het werk kunnen blijven.”

Gepubliceerd op 08-09-2017.
Fotografie: Raymond van Olphen.