‘Als je deze jongeren zes maanden met rust laat verlies je twee jaar’

Hoe gaat het met de jongeren die nu uitstromen van het Praktijkonderwijs en het Voortgezet Speciaal Onderwijs? Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor hun begeleiding van school naar zo mogelijk betaald werk. In hoeverre zijn gemeenteconsulenten toegerust voor die taak? Vorig jaar werd de Schakel-Makelpool in het leven geroepen – een pilot om de kennis van deze doelgroep binnen UWV over te dragen aan gemeenten en de contacten met scholen gestroomlijnd te houden. Vlak voordat die pilot op 1 april stopt maken we de balans op met Brechtje den Engelsen, die vanuit UWV gemeenteconsulenten begeleidt.

Brechtje begint graag met het goede nieuws: vrijwel alle leerlingen zijn inmiddels in beeld. “Van honderden leerlingen weten we waar ze zitten en wanneer ze uitstromen. Ze worden ingebracht in het klant-volg systeem Sonar, wat landelijk gebruikt wordt, zodat de doelgroep zichtbaar wordt en er gematcht kan worden op vacatures.   De begeleiding vergt dan nog een flinke inspanning, maar de basis heb je dan wel staan.”

Eén aanspreekpunt
De zichtbaarheid van die leerlingen is mede te danken aan de Schakel-Makelpool – een overlegorgaan van UWV, gemeenten en PRO/VSO. ‘Schakel’ staat daarin voor de aansluiting tussen onderwijs en gemeenten; ‘makel’ refereert aan de rol van consulenten als ‘werkmakelaar’ om schoolverlaters daadwerkelijk in het arbeidsproces opgenomen te krijgen. Toen beide verantwoordelijkheden nog onder UWV vielen had iedere school één arbeidsdeskundige als contactpersoon, die de meeste leerlingen afzonderlijk goed in beeld had.
“Het stond aardig op de rit en vooral de scholen vonden dat dat zo moest blijven”, zegt Den Engelsen. “Zij hebben leerlingen uit soms wel acht of negen verschillende gemeenten. Als die allemaal hun eigen consulenten sturen wordt het veel te rommelig. Nu hebben we een systeem waarin één contactpersoon vanuit de Schakel-Makelpool al in november een inschatting vraagt aan de desbetreffende school: hoeveel gaan er uitstromen en waar stromen ze naartoe? Naar dagbesteding, naar betaald werk? Vervolgens adviseren we vanuit onze pool alle gemeenten: zoveel komen er aan, die heb je in juni en dan moet er dat en dat gebeuren. Gemeenten kunnen zo tijdig maatregelen nemen en de juiste instrumenten inzetten.”

Bijspijkeren
Daarmee blijft het ‘schakel’-verhaal aardig gestroomlijnd. Maar nog niet iedere gemeenteconsulent is even ervaren met de doelgroep. Brechtje’s rol is om haar ervaring en kennis als arbeidsdeskundige over te dragen, bijvoorbeeld door mee te gaan naar overleg op een school.  Eens in de zoveel tijd komt de hele pool bij elkaar en wordt gevraagd waar consulenten tegenaan lopen. Aan veelgestelde of terugkerende vragen kan vervolgens een sessie worden besteed.
“Beschut werk, jobcoaching, waarom heeft iemand dat nodig, waarop moet de begeleiding zich richten – daar moet je allemaal wat van vinden en dat kost tijd. De meeste consulenten hebben te maken met mensen in de bijstand. Daar is ook diverse en ingewikkelde problematiek, maar inschatten hoe belastbaar iemand is vraagt toch wel arbeidsdeskundige kennis. Dat is nou net waar wij in zijn opgeleid: hoe is dat voor iemand, om bij de Jumbo te gaan werken? Zijn dat niet te veel prikkels? Sommige consulenten hebben in de Sociale Werkvoorziening gewerkt en beschikken over ervaring met de doelgroep, maar anderen wat minder.”

Aan de hand nemen
Het is de ‘makke’ met deze jongeren, constateert Den Engelsen: ze hebben meer begeleiding nodig dan de capaciteit van consulenten toelaat. “Als je ze een aantal werkgevers aanreikt om een CV naartoe te sturen komt er niks van terecht. Je moet ze begeleiden in dat hele proces: aan de hand nemen, soms met de fiets ophalen en samen er naartoe gaan. En daar is gewoonweg geen tijd voor. Ik zie heel veel welwillende consulenten, maar ze moeten het er even bij doen. ‘Jullie caseload wordt iets groter’ wordt dan gezegd. Maar deze groep vraagt specifieke aandacht, die vaak nog onvoldoende geboden kan worden. Dat is ook frustrerend voor de consulenten.”
De consequentie is dat het soms niet goed gaat en jongeren thuis komen te zitten. Brechtje den Engelsen noemt dat zonde voor de leerling maar ook voor de samenwerking met de scholen. “Die zijn acht jaar bezig geweest om ze op een bepaald niveau te krijgen. Als je deze leerlingen zes maanden met rust laat ben je twee jaar kwijt. Het mag niet stagneren. En gemeenten geloven dat wel maar hebben onvoldoende capaciteit en kennis. Wat uiteindelijk ook een kwestie van beleid is. Maar het verschilt wel  per gemeente.”

Eigen initiatief
In gemeenten die al jarenlang contact hebben met de plaatselijke PRO/VSO scholen wordt de samenwerking op een natuurlijke wijze voortgezet en loopt het goed. Andere gemeenten moeten dit allemaal nog opzetten, wat volgens Den Engelsen nog niet overal soepel gaat. “Hetzelfde geldt voor Beschut Werken: gemeenten zijn sinds 1 januari verplicht om beschutte werkplekken te realiseren. In Ommen-Hardenberg bijvoorbeeld is daar vorig jaar al een pilot voor gestart, terwijl andere gemeenten nog zoekende zijn. In zijn algemeenheid lijken kleinere plaatsen het beter te doen. De lijntjes zijn korter, men kent de werkgevers en het gaat uiteraard om veel minder cliënten.”
Hoe nu verder, wanneer de Schakel-Makelpool per 1 april officieel stopt? Er zijn plannen om de pilot te verlengen, maar Brechtje hoopt vooral dat er wordt vastgehouden aan die ene contactpersoon per school. Daarnaast houdt de arbeidsdeskundige een warm pleidooi voor regionaal denken. Lokale uitvoerders denken te lokaal en erkennen de noodzaak van regionale afspraken te weinig. “Wat ik wel heel mooi zou vinden is een regionaal soort kenniscentrum, waar iedereen uit kan putten en waar ook de kennis van de scholen bij betrokken wordt. Als er in Hardenberg iemand zit die veel weet van Beschut Werken, maak daar dan gebruik van. Dan ben ik volgend jaar overbodig en wordt dat allemaal met kruisbestuiving geregeld.”

Gepubliceerd op 31-03-2017

Foto: Raymond van Olphen