De inclusieve arbeidsmarkt: ‘Iedereen doet mee!’

Met de invoering van de Participatiewet begin 2015 is er een nieuwe groep ontstaan: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die in een regulier dienstverband kunnen werken. Dit wordt ook wel de inclusieve arbeidsmarkt genoemd. Hoe levert de gemeente Zwolle hier een bijdrage aan? En wat zijn de ervaringen van deze doelgroep?

 Iedereen doet mee, dat vindt Paul Kanis, adviseur werkgeverspunt, het ultieme doel van de inclusieve arbeidsmarkt. Als we het hebben over iedereen, dan is dat breder dan mensen met een lichamelijke beperking. Er zijn ook andere groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de regio Zwolle hebben de samenwerkende gemeenten met elkaar de ambitie om tot 2017 duizend extra (leerwerk)banen te realiseren. Landelijk is deze doelstelling 125.000! De ambities en afspraken zijn vastgelegd in het Regionaal Sociaal Akkoord regio Zwolle, waar behalve de gemeenten in onze regio het Werkbedrijf Regio Zwolle, sociale partners, onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en UWV bij betrokken zijn. Paul: ‘Vanuit het werkgeverspunt voer ik gesprekken met bedrijven hoe we deze banen kunnen realiseren. Het is nog wel zoeken, dus ik probeer altijd te sturen richting de praktijk. Het gaat wat mij betreft namelijk niet zozeer over het volgen van richtlijnen, procedures en dergelijke, maar meer over hoe we de mensen daadwerkelijk kunnen plaatsen. Het moet vanzelfsprekend worden dat werkgevers kijken naar wat iemand wél kan en niet naar wat iemand niet kan. Ik geloof absoluut in de welwillendheid van de bedrijven. Op een gegeven moment gaat het wel lopen.’

Aanjager duurzame arbeid
Sinds anderhalf jaar is Jenny van de Weg, adviseur SROI, dé aanjager voor de inclusieve arbeidsmarkt. SROI staat voor Social Return bij inkoop (On Investment). Dit is het maken van afspraken met opdrachtnemers van de Gemeente Zwolle over arbeidsplaatsen, leer-werkplekken en stageplekken op het moment dat ze diensten, werken en leveringen boven een bedrag van twee ton inkopen. Vijf procent van dit bedrag moet de opdrachtnemer inzetten voor uitstroom van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar duurzame arbeid. Om helder te hebben wie er precies binnen deze doelgroep vallen, houdt UWV een doelgroepenregister bij. Als blijkt dat iemand aan de hand van medische (en waar relevant) sociale en gedragsaspecten niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen, wordt hij of zij in het doelgroepenregister opgenomen. SROI dwingt bedrijven nu min of meer om deze mensen een kans te geven. Los van deze verplichting zijn er gelukkig ook bedrijven die zelf al met de vraag komen wat zij hierin kunnen betekenen.

Jenny: ‘We hebben de werkgevers zelf daarbij ook nodig want zij zijn degenen die weten wat iemand nodig heeft om te kunnen functioneren. Daarom werken we aan het opbouwen van een duurzame relatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid. Ik vind het erg leuk om te sparren met de werkgevers. Een mooi voorbeeld van wat SROI kan opbrengen is dat er vanuit de bijstand iemand is aangenomen voor de bodemsanering van het Noordereiland en nu wordt opgeleid. Verder hebben we als gemeente natuurlijk zelf ook een taak in het creëren van banen met het oog op de inclusieve arbeidsmarkt. Dit onderwerp staat hoog op de agenda van het College en leeft volop.’

Steuntje in de rug
Anne Struik, HR-klusser
, werkt aan het vormgeven van het inclusief werkgeverschap, wat ertoe moet leiden dat de gemeente Zwolle uitgroeit tot een inclusieve werkgever. Anne: ‘Wij proberen bijvoorbeeld Wajongeren als steuntje in de rug een werkervaringsplek (WEP) binnen de gemeente te geven. Zo leerde ik Linda kennen.’


Wajong en hoogopgeleid
Linda Hiemstra
studeerde Godsdienstwetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij heeft nu een Wajong-uitkering. Dit blijkt een lastige combinatie te zijn om aan het werk te kunnen. Mensen verwachten dat Linda fulltime aan de slag kan omdat zij hoogopgeleid is, maar als zij horen dat Linda een Wajong-uitkering heeft vanwege een aangeboren spierziekte, denken ze dat zij alleen geschikt is voor het inpakken van lucifers.

Het liefst zou Linda in een museum werken. Hoe komt zij dan bij de gemeente Zwolle terecht? Linda antwoordt: ‘Via het UWV volgde ik een sollicitatiecursus voor hoger opgeleide Wajongeren. Deze sloot ik af met een speeddate en zo kwam ik in gesprek met Anne Struik. In mijn elevator pitch vertelde ik dat ik veel kennis heb van social media (een uit de hand gelopen hobby) en Anne bood mij naar aanleiding hiervan een werkervaringsplaats aan. Vanaf afgelopen augustus tot maart 2016 krijg ik losse klussen toebedeeld. Zo gaf ik een minicursus Twitter aan collega’s en schrijf ik content voor de website werkenbijzwolle.nl. Omdat ik minder spierkracht heb door mijn spierziekte is mijn energieniveau niet altijd optimaal. Het kost mij ’s ochtends bijvoorbeeld veel energie om op te starten en het is fijn dat ik hier de tijd voor kan nemen door wat later te beginnen.’

Hoe ziet Linda haar toekomst? ‘In november is er weer een speeddate bij het UWV. Ik heb een fijne werkcoach die goed meedenkt. Het is dus weer even afwachten. Ik hoop uiteindelijk werk te vinden in een museum of iets vergelijkbaars, bijvoorbeeld in de educatieve sector’, aldus Linda.


Henk van der Kolk, beleidsadviseur Sociale Zaken, begeleidt Linda bij haar WEP. ‘Mijn dochter heeft ook een Wajong-uitkering en ik denk dat ik Linda, als ervaringsdeskundige, goed kan ondersteunen. Linda wil graag leren hoe zij met haar ‘beperkingen’ toch kan werken. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten. Ik vind dat wij als organisatie ook een beperking hebben in het gemakkelijk opnemen van deze doelgroep. Dus we hebben zelf ook wat te leren. Hoe maken we het werk passend voor haar? En wat kunnen we haar bieden? Ik raap nu allerlei klussen voor haar bij elkaar. Er ligt genoeg werk binnen de gemeente waar Linda haar kwaliteiten kan inzetten’, aldus Henk.

Anne vervolgt: ‘Toevallig is Linda open over haar beperking en dat werkt ondersteunend voor de acceptatie. Meestal zie je aan de buitenkant een functionele beperking niet. Bij de grootste groep is de beperking namelijk van psychische aard. Dan gaat de omgeving ernaar raden en zoekt de bevestiging van het snelle oordeel. Stel, ik heb een functionele arbeidsbeperking en ik doe enorm druk, dan kun je denken: “Ah, ik zie het al: ADHD!” Maar stel je eens voor dat ik met mijn koppie naar beneden de spreekkamer van de psychiater binnenkom en hij zegt: “Ah, ik zie het al: depressief!” dan snappen we wél dat een ongemak niet op iemands voorhoofd getatoeëerd staat. Niet alle mensen met een functionele arbeidsbeperking hebben zin om daar open over te zijn. Prima, het is wél aan ons om aan iemand te vragen hoe wij hem of haar kunnen faciliteren om werk mogelijk te maken. Goede begeleiding is daarbij heel belangrijk; ervoor zorgen dat iemand niet komt te zwemmen en verdwaalt in de organisatie. Mensen moeten zich senang voelen. We zoeken trouwens nog mensen binnen de gemeente die het leuk vinden om medewerkers te begeleiden bij hun WEP.’

Anne en Henk hopen dat de positieve ervaringen die zij hebben met Wajongers zich verspreiden als een olievlek binnen de gemeente zodat meer jongeren een kans krijgen middels een WEP.

Op de foto van links naar rechts: Henk van der Kolk, Anne Struik, Jenny van de Weg en Paul Kanis.

(Bron: Blauwdruk gemeente Zwolle; tekst Natascha Jannink, foto Marco Slot)

Gepubliceerd op 26-01-2016