“In de praktijk ontwikkelen, daar geloof ik heel erg in”

José Fikenscher is gespecialiseerd in het organiseren van ‘de kortste weg naar werk’ waarbij de vraag vanuit de arbeidsmarkt leidend is. Dat deed ze met haar eigen onderneming en dat doet ze nog steeds als partner binnen de PTC Groep. Als vertegenwoordiger van VNO-NCW zit ze ook in het bestuur van Werkbedrijf Regio Zwolle. Hoe ziet ze haar rol daar?

Arbeidsmogelijkheden (helpen) creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is al jaren de rode draad in haar werk. Ze werkte bij Reestmond, zette zich met haar eigen onderneming als organisatieadviseur in voor talentontwikkeling en verbinding in de breedste zin en adviseert nu met de PTC Groep een groot aantal werkbedrijven en gemeenten over slim verbinden van vraag en aanbod voor allerlei verschillende doelgroepen.

Fikenscher ziet zichzelf als een echte pragmaticus. Slimme samenwerkingen en verbindingen die voor alle betrokkenen toegevoegde waarde hebben, is wat er volgens haar nodig is aan de onderkant van de arbeidsmarkt. “Plannen maken is belangrijk, maar laten we vooral ook gaan dóen, verbeteren wat niet goed werkt en daarvan leren. In de praktijk ontwikkelen, daar geloof ik heel erg in.”

Waar vraagt de arbeidsmarkt om?
Ambtelijke organisaties zijn volgens de onderneemster soms nog teveel naar binnen gericht. Men vergeet soms aan de arbeidsmarkt de vraag te stellen: doen we dit slim? Ze spreekt veel werkgevers en hoort vaak: “Verzin het nou niet zelf, maar praat eerst met ons.” Daar is Fikenscher het van harte mee eens. “Werkgevers weten wat zij nodig hebben. Gemeenten en UWV kennen de doelgroep. Als je die combinatie goed maakt dan kun je ook succesvol zijn.“

Ook het onderwijs is onmisbaar in die verbinding. Door samenwerking kunnen prachtige leerwerktrajecten ontstaan, meent Fikenscher. “Als dat goed met werkgevers wordt opgezet dan heb je een hele mooie aansluiting op de arbeidsmarkt. Daar ligt een grote winst voor de doelgroep volgens mij.”

Blijvend ontwikkelen
Ze gelooft heilig dat het de gezamenlijke opgave moet zijn om mensen echt te stimuleren om zich blijvend te ontwikkelen. Dat hoeft van haar niet altijd meer of beter, het mag ook in de breedte zijn. Maar wel met het doel voor ogen om zoveel mogelijk door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt.

Binnen het bestuur van Werkbedrijf Regio Zwolle kan Fikenscher haar expertise met de doelgroep goed kwijt. De rol die ze voor zichzelf ziet is die van verbinder voor werkgevers, SW-bedrijven en gemeenten. En ook de rol van pragmaticus. Want het moet wel uitvoerbaar zijn, vindt Fikenscher. Als voorbeeld noemt ze het streven naar één loket. “Dat is nodig en essentieel, maar hoe zorgen we dat het ook praktisch uitvoerbaar blijft?”

Spanningsveld
“Ik vind dat we scherper mogen zijn op de doelstellingen”, zegt ze. “Er is wel een spanningsveld tussen commercieel denken en de overheid, maar die scherpte wordt er ook wel ingebracht en daar hou ik wel van.” Dat komt ook door de samenstelling van het bestuur (met vertegenwoordigers van gemeenten, UWV, werkgevers, onderwijs, vakbonden, red.) Die noemt Fikenscher “uitstekend”.

De komende periode staat het bestuur volgens Fikenscher voor de opgave om een heldere focus aan te brengen. En de vraag hoe die focus vervolgens wordt vertaald naar de organisaties en projecten die eronder hangen. “Als je kijkt naar de sociale werkvoorzieningen bijvoorbeeld, die staan voor de opgave hun organisatie anders in te richten. De grootste klus is iedereen daarin mee te krijgen. Dat mensen ook begrijpen waarom ze deze kant op moeten.”

Ander gesprek
Voor de doelgroep ziet Fikenscher in elk geval nieuwe kansen ontstaan. De economie trekt steeds meer aan en de vraag vanuit de arbeidsmarkt wordt groter. Hierdoor ontstaat een wederzijds belang, wat leidt tot andere gesprekken tussen werkgevers en overheid. Minder vanuit Den Haag opgelegd, maar vanuit de vraag van de regio en de individuele werkgever.