‘Social Return 2.0’: in de G4 al praktijk

Social return: de sociale voorwaarden die een gemeente kan stellen als er bij een een leverancier wordt ingekocht. Deze sociale voorwaarden houden doorgaans in dat er arbeidsplaatsen, leerbanen en stageplaatsen beschikbaar komen voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld werkzoekenden met een uitkering en arbeidsgehandicapten. Hierdoor draagt social return bij aan de werkgelegenheid.

Inmiddels is social return in de steden van de G4 (Amsterdam, Rotterdam, den Haag en Utrecht) doorontwikkeld tot ‘Social Return 2.0’, waarbij het niet meer gaat om ‘werklozen plaatsen’. Het is een arbeidsmarktinstrument om samen met werkgevers maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. De focus op duurzame samenwerking met marktpartijen, brancheverenigingen, kennisinstituten, opleidingsbedrijven en overheden met het oog op een ‘inclusieve arbeidsmarkt’ waarbij niemand langs de kant staat en er in de toekomst meer werkgelegenheid is.

 Niet simpel
Wie aan social return denkt, denkt aan de verplichting van een bedrijf dat meedoet met een aanbestedingsprocedure om een aantal mensen uit de ‘bakken’ van de gemeente aan het werk te helpen. Werkplekken creëren, was het devies. Maar dat bleek niet altijd zo simpel te zijn. Voor veel werkgevers bleek het niet mogelijk om werklozen in dienst te nemen of werd anderszins niet aan de voorwaarden voldaan. Gevolg was dat social return nauwelijks effect had.

Vraaggericht
“Voor sommige bedrijven bleek het eenvoudigweg niet uit te voeren”, aldus een beleidsmedewerker van de gemeente Amsterdam. “Dus de laatste jaren zijn we steeds vraaggerichter gaan werken. Bijvoorbeeld door te kijken wat bedrijven nodig hebben. Mensen matchen met bedrijven in plaats van een strak getal of quotum.’ De gemeente stuurt daarom nu meer op samenwerking met bedrijven. Er worden plaatsingen afgesproken in combinatie met opleidingen, stages of leerwerkplekken.

Meer dan 100 procent
Dat klinkt misschien soft, maar de resultaten liegen er niet om. Als social return in de enge zin van het woord wordt toegepast (percentage plaatsingen) is aan het eind van de rit gemiddeld tussen de 10 en 15 procent van het afgesproken aantal plaatsen daadwerkelijk gerealiseerd. Bij Social Return 2.0 is dat boven de 100 procent.
Kleinere gemeenten
Er is elders in den lande veel belangstelling voor deze aanpak. Bij kleinere gemeenten is de kennis over de nieuwe vorm echter vaak nog relatief onbekend waardoor ze voor de oorspronkelijke, beperktere benadering kiezen. Amsterdam is daarom samen met de VNG bezig de aanpak voor meerdere gemeenten toegankelijk te maken.

(Bronnen: www.wspgrootamsterdam.nl en www.binnenlandsbestuur.nl)

Gepubliceerd op 19-01-2016