Strategische agenda voor de regionale arbeidsmarkt gaat ook werkgeversdienstverlening nieuwe energie geven

Werkgeversdienstverlening neerzetten als één huis, met 14 kamers die ruimte bieden aan een eigen inrichting, dát is de uitdaging waar de partners in Werkbedrijf Regio Zwolle in 2017 aan werken. Het is een ambitie die volgens Diana Speerstra, regiomanager UWV WERKbedrijf, en Roelof Pieter Koning, wethouder voor de VVD in Meppel, vraagt om souplesse in de samenwerking tussen gemeenten en UWV én om groter denken.

In het marktbewerkingsplan voor de regio is twee jaar geleden o.a. de doelstelling geformuleerd dat UWV en gemeenten samenwerken als het gaat om de dienstverlening aan werkgevers. In de praktijk betekent dat een samenwerking tussen een landelijk opererende uitvoeringsorganisatie (UWV) en veertien gemeenten met elk een eigen manier van werken, een eigen budget en eigen beleidsruimte om vorm te geven aan die samenwerking. Hoe doe je dat?

De basis op orde
Volgens Koning zijn we al een heel eind. De uitgangspunten zijn helder: we werken gezamenlijk aan een inclusieve arbeidsmarkt, werkgevers moeten kunnen rekenen op dezelfde informatie en dienstverlening in alle gemeenten, en wat goed gaat moet behouden worden, zonder dat UWV te maken krijgt met veertien scenario’s. De neuzen staan inmiddels redelijk in dezelfde richting, in de uitvoering zijn er nog wel wat hobbels te nemen.

“We hebben voor dit jaar gezegd dat we de basis op orde moeten hebben”, zegt Koning. “Dat gaat dus over de structuur, over het systeem vullen en doen wat we hebben afgesproken. In algemene zin is men tevreden, maar er is ook de roep om het totale bestand (van werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt, red.) te ontsluiten.” Daar wordt inmiddels hard aan gewerkt. Speerstra: “De regio Zwolle heeft meters gemaakt. We lopen aan kop om ons bestand, ook het gemeentelijke, voor werkgevers zichtbaar te maken.”

Gedeelde belangen
De kunst, volgens de wethouder, is om de basis op orde te krijgen en tegelijkertijd te werken aan het grotere plaatje. “Als je niet oppast hebben we het als bestuurders teveel over één telefoonnummer of visitekaartjes. Maar waar we het echt over willen hebben met onze sociale partners is: hoe zorgen we dat onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar aansluiten? Waar zit de behoefte van de toekomst? Leiden we daar ook voor op? Daar moeten we de focus op leggen.”
Daarom moeten we volgens zowel Koning als Speerstra toe naar een strategische agenda voor de arbeidsmarkt in de regio.
Niet dat de afspraken over een telefoonnummer niet belangrijk zijn. Integendeel. Speerstra: “Onderzoek heeft uitgewezen dat als we heel goed ons werk doen we tussen de 10 en 20 procent van de werkgevers voor onze doelgroepen bereiken. Dat is nog altijd 80% niet. Er is zoveel potentie. Alles wat helpt om dat te kanaliseren is van belang voor het realiseren van volume.”

“Op die strategische agenda worden we ook pas echt serieus genomen door onze strategische partners op het moment dat we de basis op orde hebben”, vult Koning aan, “Eén telefoonnummer klinkt simpel, maar is zoiets beleid of bedrijfsvoering?” Mensen vergeten volgens hem wel eens dat je als wethouder niet gaat over de bedrijfsvoering. “Daar moet je dus intern een gesprek over voeren.” Het is een voorbeeld van een van de plooien die nog moet worden gladgestreken.

Speerstra signaleert nog een ontwikkeling die past binnen een strategische agenda voor de arbeidsmarkt. “De economie is weer aangetrokken. De klantgroep die nog op zoek is vraagt meer. Daar is de afstand ook het grootst. Daarnaast ontstaan in de arbeidsmarkt krapteberoepen en daar hebben we met elkaar ook op te anticiperen.” Het gaat er volgens haar uiteindelijk om dat je werkt aan de arbeidsmarkt als geheel. Een gezonde arbeidsmarkt kan ook mensen met een afstand blijven opnemen.

Nieuwe energie
Daar voorziet de participatiewet nog onvoldoende in volgens Koning. “De participatiewet voorziet in het plaatsen van mensen en uiteindelijk ook in het afbouwen van ondersteuning. En dan?” Daarom ziet hij meer in het stimuleren van doorstroom voor ‘doelgroepers’ én ‘niet-doelgroepers’. “Op die manier komen nieuwe plaatsen beschikbaar. Maar dat vraagt om begeleiding, opleiding en coaching.”

Zo bekeken is het duidelijk dat verbetering van de werkgeversdienstverlening en een strategische agenda voor de arbeidsmarkt onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Koning: “Je kunt niet van de werkgever vragen om ons probleem te helpen oplossen als je aan de andere kant hun probleem niet weet te beantwoorden; dan heb je geen gesprek.”

Je zou volgens Koning een leercirkel moeten creëren. “Wat je bij werkgevers ophaalt zou als het goed is niet alleen over vacatures moeten gaan, maar je zou moeten ophalen wat er bij hen leeft.” Die oogst zou dan via het regionale MT op de regionale bestuurlijke agenda moeten komen. “Dat zou mijn toekomstperspectief zijn: die signalen zo ‘opbossen’ dat we tot een strategische agenda komen en die vervolgens weer terugbrengen naar de individuele werkgever. Zodat we ook antwoord kunnen geven op hun vragen. Die strategische agenda gaat weer veel nieuwe energie geven, want dan kijk je echt weer vooruit.”

Gepubliceerd op 02-06-2017