Taalstages zijn verrijking voor statushouders en leerbedrijf

Wie als vluchteling in Nederland een verblijfsvergunning krijgt, begint min of meer aan een nieuw leven. Dat leven begint alleen wel in een omgeving waar je niemand kent en de taal niet spreekt. Voor dat laatste bestaan er taallessen. Gemeente Dalfsen biedt statushouders echter daarnaast steeds vaker een taalstage aan: één of meer dagdelen per week werken ze bij een bedrijf of instelling in hun directe omgeving. Om de taal op een praktische manier te leren, maar misschien nog wel belangrijker: om mensen te leren kennen.

Yasmin ontvluchtte met man en kinderen de oorlog in Syrië en kwam in 2017 in Nieuwleusen wonen. Sinds kort helpt ze elke vrijdag bij Albert Heijn in haar dorp met vakkenvullen en andere werkzaamheden. Maar ze wordt vooral geacht hele lange pauzes te nemen, om uitgebreid met haar collega’s te kletsen. Breeduit lachend probeert Yasmin antwoord te geven op alle vragen. “Eigenlijk spreek ik alleen Arabisch. Ik probeer goed Nederlands te praten maar ben pas één jaar op school. Ik ken nog niet veel woordjes, het is nog een nieuwe taal.”

Yasmin is al de derde taalstagiaire bij AH Nieuwleusen. Voor bedrijfsleider Jan de Groot zijn alle drie taalstages anders verlopen. De eerste was minder succesvol dan had gekund, maar daarvan hebben ze geleerd. “Wat me bij Yasmin opviel: ze wil heel graag, is vastberaden om mee te doen en er een succes van te maken. Terwijl het niet niks is wanneer je als vreemde hier komt, niemand kent en de taal niet spreekt, om dan bij een bedrijf te worden neergezet met allemaal collega’s. Ga er maar aan staan! Daar is veel doorzettingsvermogen voor nodig.”

Schoolplein
Jan de Groot vindt taalstages vooral een mooie gelegenheid om binnen een gemeenschap te komen: klanten en collega’s uit de supermarkt komen Yasmin ook weer op het schoolplein tegen. “Ik merk, als we samen pauze houden, dat er heel geïnteresseerd wordt gesproken over de achtergrond van iemand, hoe dingen gaan in hun land, hoe het daar thuis ging, op het werk, in het onderwijs. En dat ontstaat vanzelf; ik hoef daar niet in te sturen. Dat is toch mooi? Ik doe dit ook niet om te laten zien hoe wij als bedrijf ‘in de samenleving staan’. De vraag komt of je iemand wil helpen. Dan doe je dat.”

Die vraag kwam van Saskia Mosterman, samen met collega’s van gemeente Dalfsen drijvende kracht achter de taalstages. Haar ervaring is dat statushouders die naast hun inburgeringslessen een taalstage doen zich onze taal sneller eigen maken, een netwerk opbouwen en de Nederlandse bedrijfscultuur leren kennen. “We bellen zelf heel actief bedrijven en organisaties om te vragen of ze hiervoor open staan. Als we weten wat een statushouder voor werk heeft gedaan of waar hij of zij blij van wordt zoeken we daar een leerbedrijf bij. Dat vergroot de kans op succes, dan bloeien ze helemaal op. Vervolgens plannen we een kennismaking om te vertellen wat een taalstage inhoudt.”

Feeling
Soms worden potentiële leerbedrijven ook voorgedragen door vrijwilligers van vluchtelingenwerk, die de statushouder beter kennen. Voorwaarde is wel dat een stageplek drie tot zes maanden beschikbaar is en dat er op de locatie een vaste begeleider is. Vervolgens moet een leerbedrijf niet alleen aansluiten bij de stagiair(e); men moet er zelf ook feeling hebben met de doelgroep statushouders. Consulent Werk en Inkomen Saskia Mosterman maakt eigenlijk zelden mee dat mensen daarin een zetje nodig hebben. Veel vaker juist slaat aanvankelijke koudwatervrees om in enthousiasme en betrokkenheid.

“Voor twee Syrische autospuiters belden we met een spuiterij in Den Ham. Die man voelde zich wat onwennig, had een bepaald idee bij deze doelgroep maar wilde het toch proberen. Gaandeweg kwam hij erachter wat deze mensen hadden meegemaakt, hoe gastvrij ze zijn en wat hij kon leren van hoe zij in hun werk staan. Dat is vaak de winst voor leerbedrijven: in het begin zijn ze heel afwachtend, maar uiteindelijk ervaren ze het als een verrijking. Men wordt zich ervan bewust hoe goed we het hier hebben en hoe sommige dingen die voor ons vaststaan helemaal niet zo gewoon zijn. En uiteindelijk heeft deze stage zelfs tot betaald werk geleid.”

Henk
Ainalem woont anderhalf jaar in Dalfsen en komt uit Eritrea. In zijn AZC-tijd in Nijmegen hielp hij bij de fietsenmaker. Dus belde Saskia Mosterman met Salland Tweewielers. “Toen Ainalem voor het eerst binnenkwam had iedereen moeite om zijn naam uit te spreken”, herinnert eigenaar Jerry van der Linde zich, “dus er werd al snel een bijnaam verzonnen. Hij heet hier in het dagelijks leven Henk. En het mooiste is dat hij er ook nog naar luistert.” Ze zetten hem een fiets voor, die eerste dag. Die had ‘Henk’ in een mum van tijd klaar. Stonden ze versteld van.

“Dus Ainalem draait gewoon mee in de werkplaats. Eerst sprak hij alleen met een paar woorden; nu gaat hij echt langere gesprekken met ons aan, over van alles: technische dingen in de werkplaats, koetjes en kalfjes maar ook over zijn eigen geschiedenis. Wat we weten is dat hij uit Eritrea komt, en over zijn reis hiernaartoe. Hij laat daarin niet het achterste van zijn tong zien, maar vertelt voor mijn gevoel best veel.”

Verlengd
Inbussleutel, combinatietang, kruiskopschroevendraaier – de namen van het gereedschap rollen er bij Ainalem soepel uit. “Jerry en ik drinken vaak samen koffie”, zegt hij. “Dan praten we samen Nederlands, over van alles, over werk maar ook grapjes. Dan legt hij uit wat de woorden betekenen.” De nieuwe Dalfsenaar is blij dat zijn stage net met drie maanden is verlengd. Maar ‘stagebegeleider’ Jerry is ook nog niet tevreden over zijn Nederlands. “Het moet echt nog wel wat beter dan nu, daar staat of valt alles mee. Hij moet hier toch aan werk komen en zijn draai gaan vinden.”

In twee jaar tijd zijn binnen de gemeente Dalfsen zo’n zestig taalstages gerealiseerd. Dat tekent de bereidheid van veel ondernemers, stichtingen en instellingen om hun deuren open te zetten voor nieuwkomers. Maar het zegt ook iets over de aanpak van Mosterman en haar collega’s. “Onbekendheid maakt het spannend voor bedrijven. We lossen dat op door in gesprek met hen uit te leggen welke begeleiding ze mogen verwachten en dat er altijd een vast punt is om op terug te vallen.”

“Iedereen moet erachter staan en er een bijdrage aan leveren”, is Jerry’s ervaring bij Salland Tweewielers. “Ik heb er wel over nagedacht of de klik er zou zijn. Dat is in ons geval gelukt, collega’s reageren heel goed. De kogel was ook redelijk snel door de kerk: het leek het ons gewoon leuk, omgang met een jongen uit een heel andere cultuur. En Ainalem komt altijd gezellig en vrolijk binnen. Tegen andere ondernemers zou ik zeggen: ga er met een open blik in staan en probeer het gewoon eens. Onze ervaring is dat het erg leuk is om te doen.” gewoon eens. het erg leuk is om te doen.”

Van de betrokkenen in dit artikel is ook een film gemaakt. Klik hier en kijk mee met Yasmin, Saskia, Jerry, Jan en Ainalem.